Jazz. Wat hebben we ermee? Niet veel, vrezen we. Ooit hoorden we een jazzpianist aan de gang. Toen we hem vroegen wanneer hij klaar was met het stemmen van de piano antwoordde hij ietwat bozig dat hij zojuist een van zijn grootste hits had gespeeld. We bedoelen maar. Jazz, en met name de experimentele jazz, beschouwen we doorgaans toch als akelig gefriemel en gefrunnik waar we jeuk van krijgen in plaats van kippenvel.
Toch waren we afgelopen weekend op North Sea Jazz in Rotterdam. Waar we ons behalve over de prijs van een plastic bekertje bier verwonderden over het feit dat er zó veel artiesten worden gerangschikt onder die immens grote paraplu die jazz heet. En waar we op het nippertje voorkwamen dat we een grote blunder begingen. Want we wilden namens drie basgitaren een aanklacht indienen tegen Stanley Clarke wegens grove mishandeling. Bleek het volgens de politie toch om een succesvol optreden te gaan.
Ergo: jazz, je kunt er alle kanten mee op.
Maar wat was ze goed! Gottegot, wat was ze goed! Ruthie Foster! Zwart, lesbisch, vrouw met gitaar! De Congo-tent bolde van enthousiasme toen honderden mensen werden meegezogen in een uur durende wave. Ondergronds dansten de tentharingen mee. De Texaanse singer- songwriter roerde duchtig in een dampende ketel boordevol soul, blues, folk, gospel en reggae en wist een bomvolle tent bovenop de stoelen te krijgen. En wat was ze blij! Blij! Het plezier spatte er vanaf. Zelden zo'n big smile gezien als die van the phenomenal Ruthie Foster wier performance zelfs werd bekroond met een daverend applaus van haar eigen bandleden.
Als dit jazz was dan eten we met plezier onze hoed op. Ruthie Foster!
Hallelujah! Praise the lord!